ZIJN OF NIET-ZIJN

 

 

 

 Reisleider in de filosofie

 

 

Hagen Filosofie & Praktijk
Haarlem

023 5516875 

info@jaaphagen.nl

WAAROM JAAP HAGEN?

Dr. Jaap Hagen is een expert in probleemanalyse. Hij beschikt over multidisciplinaire kennis voor aanpak van complexe vraagstukken die slechts zijn op te lossen door samenhangende studie vanuit verschillende invalshoeken.

 

 

BEDRIJFSPROFIEL

Zelfstandig vorm en inhoud geven aan introductie- en vervolgcursussen filosofie.

Lezingen voor wie vanuit een professionele achtergrond interesse heeft in filosofie op (post)academisch niveau.

Gesprekken met particulieren die verdieping willen op filosofisch vlak, gericht op evenredig deel kunnen nemen aan geluk conform eigen kwaliteiten.

 

ACHTERGROND

  • Universitaire studies rechten, politieke wetenschap, wijsbegeerte
  • Werkzaam geweest in diverse functies voor VPRO, Amnesty International, Raad van Arbeid, Partij van de Arbeid, Djoser, VNC Asia Travel
  • Promotieonderzoek naar het werk van Nietzsche in relatie tot het nazisme en de interpretatie hiervan nadien (Universiteit Leiden)
  • Publicatie handelseditie proefschrift Nietzsches weerklank in nazi-Duitsland (Uitgeverij Aspekt, 2003)
  • Cursussen, lezingen, training, artikelen, debatten

 

OVERZICHT VAN MOGELIJKHEDEN

 

Moderne politieke filosofie

Het woord filosofie veronderstelt liefde voor wijsheid. Maar wat filosofen werkelijk willen, stelt de moderne Amerikaanse filosoof Robert Nozick, is redelijkheid. De behoefte hieraan is nergens zo sterk aanwezig als in de politiek, die immers direct het lot van mensen treft. Toch is er geen terrein waar de meningen zo sterk uiteenlopen. Wat is rechtvaardig, volgens John Rawls? Op welke filosofische ideeën stoelt de intellectuele denktank achter het sterkste land ter wereld, de VS? Wie zijn de professoren aan Harvard en andere prestigieuze universiteiten die het gedachtegoed lever(d)en voor de machtigen der aarde?

Tolerantie

Wat is tolerantie in theorie en hoe werkt het in de praktijk? Nederlands beroemdste filosoof Spinoza staat voor redelijkheid en tolerantie. In 1999 werd voor het eerst in Nederland de prestigieuze Spinozalens uitgereikt, een internationale onderscheiding voor wie zich verdienstelijk heeft gemaakt op het gebied van ethiek. De winnaar was de controversiële literatuurwetenschapper Edward Saďd. Geboren in Jeruzalem in 1935, maar deels opgegroeid in Cairo, omschreef hij zijn Palestijnse voorouders als ‘vluchtelingen’ uit Israël. In zijn geruchtmakende cultuurkritische hoofdwerk Orientalism uit 1978 vroeg hij zich af of onderscheid maken tussen culturen niet veelal uitloopt op felicitatie van zichzelf en een agressieve benadering van de ‘andere’ cultuur. In dit boek moet vooral de westerse cultuur het ontgelden en die wordt door Saďd als niet-tolerant geschetst, wat voor de nodige opschudding zorgde.

Ook de volgende winnaar van deze prijs, de Israëlische filosoof Avishai Margalit raakte met zijn verdediging van de ‘fatsoenlijke samenleving’ een gevoelig punt. Partijbureaus realiseerden zich terdege dat deze term uit de oude doos in de huidige tijd een nieuwe lading heeft van tolerantie voor andere normen en waarden. In zijn werk nemen eer en vernedering een centrale plaats in.

In deze context is het opmerkelijk dat de Amerikaanse winnaar van de Spinozalens Michael Walzer primair onderscheid wil maken tussen ‘sferen van rechtvaardigheid’. Een morele standaard is in zijn visie niet zozeer universeel, als wel binnen afzonderlijke naties en samenlevingen toepasselijk. Waar houdt tolerantie op? De titel van zijn bekendste boek, Rechtvaardige en onrechtvaardige oorlogen, is in dit verband veelzeggend.

De discussie over tolerantie roept de vraag op of Nederland nog net zo tolerant is als de reputatie die het in de Gouden Eeuw wist te verwerven? Een vraag die met de dag actueler lijkt te worden.

Identiteit en ambitie

'Identiteit’ en ‘ambitie’ zijn met elkaar verbonden. Dat lijkt logisch. Maar die relatie is niet binnen iedere cultuur hetzelfde. Hoe je het begrip 'identiteit' opvat heeft te maken met hoe je tegen de wereld aankijkt. En eigenlijk geldt hetzelfde voor het begrip 'ambitie'. Het zijn veelomvattende thema’s.
 
Bij het begrip ambitie kun je je afvragen in welke situatie iemand 'strategisch' te werk gaat om zijn doel te bereiken? En wanneer kan een ambitieuze strategie misschien zelfs averechts werken? De invloedrijke 20e-eeuwse Duitse filosoof Jürgen Habermas heeft daar belangwekkende dingen over gezegd, die worden samengevat in zijn zogenaamde 'Theorie van het communicatieve handelen'. Daarin bestudeert hij welk menselijk gedrag tot een gezamenlijke oplossing leidt waar iedereen beter van wordt en welk gedrag leidt tot een situatie van competitie waarin alleen de sterkste scoort.
 
Vorming en handhaving van iemands identiteit vindt plaats in wisselende interactierelaties. Het is dan de vraag waardoor een ‘ik’-identiteit wordt gedragen. Zo schept een carričre eenheid in de eigen levensloop. Als we opgaan in onze gedachten hierover, is de identificatie met de individuele beroepsrol sterk. Een collectieve identiteit echter, zoals ‘de Nederlandse identiteit’, bepaalt hoe de maatschappij zich afbakent van haar natuurlijke en sociale omgeving en in hoeverre het individu hiertoe behoort, of daarvan juist wordt uitgesloten. Veelzeggend in dit verband is de tegendraadse ‘Kritiek van de cynische rede’ door Peter Sloterdijk, Duitslands meest gelezen naoorlogse filosoof. Volgens hem kenmerkt het kapitalisme zich door ‘binding’ van verliezers met het object waarmee zij zich tot hun eigen nadeel vergeleken zien. Uit de wond die deze vergelijking veroorzaakt, zou de behoefte voortkomen om het succesvollere object te vernederen. We kunnen ons afvragen of systematische prikkeling als inzet voor de motivering van gedrag bepalend is voor onze culturele identiteit?

 

Geschiedenis van de filosofie I

Wat is filosofie? Waarom dachten de klassieke Grieken onderling verschillend? Hoe ontwikkelt denken zich in de loop der tijden? Hangen filosofische inzichten af van de politieke en sociale omstandigheden? Aan de hand van Bertrand Russells befaamde Geschiedenis van de westerse filosofie behandelt deze inleidende cursus een aantal grote denkers die de wereld leken te veranderen, zoals Plato, Aristoteles, Augustinus, Thomas van Aquino, Descartes, Locke, Kant, Rousseau en Marx. Wat hebben hun ideeën nog met onze wereld van vandaag te maken? Verschillen in filosofische waarden zijn historisch en cultureel bepaald. De cursus bespreekt de bekendste representanten van toonaangevende denkstromingen in de context van hun eigen tijd.  

Geschiedenis van de filosofie II

Niet iedere denker is even invloedrijk. Hoe meet je invloed? Kenmerkt ‘denken’ zich juist doordat het niet resultaatgericht is? En hoe zit het met denkers van wie het werk zich in verschillende, vaak zelfs haaks op elkaar staande richtingen laat interpreteren? Zijn zij gevaarlijk of onderstrepen zij juist de werkelijkheid? In hoeverre krijgt de werkelijkheid die wij om ons heen waarnemen vorm door ons eigen intellect? Deze vervolgcursus gaat dieper in op Russells Geschiedenis van de westerse filosofie met controversiële denkers als Diogenes, Mohammed, Burke en Nietzsche.  

Filosofie en wetenschap

Kunnen filosofen iets zinvols over het leven zeggen? Is filosofie eigenlijk wel een wetenschap? Stellen filosofie en wetenschap dezelfde vragen en leveren ze even waardevolle antwoorden op? Analyse, verklaren en mediteren zijn onderling verschillende benaderingen van wijsbegeerte. Volgens Hannah Arendt zijn mensen die niet denken als slaapwandelaars. Wat is de rol van angst in Heideggers denken? Wat heeft logica volgens Wittgenstein met de wereld gemeenschappelijk? Wetenschapsfilosoof Paul Feyerabend stelt zelfs voor de term ‘wetenschappelijke gemeenschap’ te vervangen door ‘georganiseerde misdaad’. Een uitdagende provocatie die aan het denken zet.  

Nietzsches weerklank in nazi-Duitsland

Brengt culturele vorming het goede met zich mee? George Steiner provoceerde in Van de schoonheid en de troost dat de nazi’s niet alleen Schubert konden spelen, maar dat ze dat ‘goed’ konden. Ligt dit op het gebied van filosofische vorming en handelen anders? Martin Heidegger, de meest opzienbarende filosoof in nazi-Duitsland, stelde in 1936 dat ‘wij zonder een begrip van Nietzsches Umwertung niet in staat zijn de twintigste eeuw en de toekomst van het avondland te begrijpen’. Wie afziet van de politieke dimensie van die uitspraak, miskent ook de politieke consequenties hiervan. Of is de empirische werkelijkheid irrelevant voor de waarde van denken, vooral als het gaat om een denker die allang dood was toen het nazisme opkwam? Is het redelijk om Nietzsche in verband te brengen met de nazi-ideologie?